ECLI:NL:CRVB:2001:AD7713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandigen op grond van Waz
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het Landelijk instituut sociale verzekeringen om hem met ingang van 13 december 1998 een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz) toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat het begrip arbeidsongeschiktheid in de Waz overeenkomt met dat in de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en dat de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid ook voor zelfstandigen op functies in loondienst kan worden gebaseerd. De door appellant aangevochten functies zijn volgens de Raad passend bij zijn fysieke mogelijkheden en bekwaamheden.
Daarnaast is het maatmaninkomen van appellant correct vastgesteld op basis van fiscale gegevens, waarbij rekening is gehouden met zijn keuze voor een vennootschap onder firma. De vergelijking van dit inkomen met het loon van de voorgehouden functies toont aan dat er geen relevant verlies aan verdiencapaciteit is.
Gezien deze overwegingen faalt het hoger beroep van appellant en wordt de weigering van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat geen relevant verlies aan verdiencapaciteit is vastgesteld.