ECLI:NL:CRVB:2001:AD7078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontheffing verplichte ziekenfondsverzekering wegens onbevoegdheid en materiële beoordeling
Appellant verzocht met terugwerkende kracht ontheffing van de verplichte ziekenfondsverzekering op grond van een AWW-uitkering. CZ Ziekenfonds verleende ontheffing voor de periode van 1 september 1994 tot 31 maart 1998 en wees later het verzoek om tussentijdse beëindiging af. De rechtbank handhaafde dit besluit, maar appellant ging in hoger beroep.
De Raad stelde vast dat CZ Ziekenfonds niet bevoegd was om op het bezwaarschrift te beslissen, omdat de bezwaarprocedure geen delegatie van beslisbevoegdheid toestaat zonder wettelijke grondslag. Hierdoor was het bestreden besluit onbevoegd genomen en vernietigbaar. Om proceseconomische redenen beoordeelde de Raad het besluit materieel en concludeerde dat de Regeling aanwijzing categorieën tijdelijk uitgezonderd van de verplichte verzekering geen tussentijdse beëindiging toestaat.
Appellant stelde dat hij niet geïnformeerd was over de verplichte looptijd, maar de Raad vond dat appellant redelijkerwijs navraag had kunnen doen gezien de vermelde einddatum. De Raad oordeelde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van CZ Ziekenfonds wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.