ECLI:NL:CRVB:2001:AD3843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding incassokosten na beëindiging WW-voorschot
Appellant, statutair directeur en gassingsleider bij een BV, werd op staande voet ontslagen en vroeg een WW-uitkering aan. Na aanvankelijke voorschotten besloot gedaagde de uitkering geheel te weigeren en de voorschotverlening te beëindigen. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en vorderde vergoeding van incassokosten die hij had moeten betalen vanwege huurachterstand, ontstaan door de beëindiging van de voorschotbetaling.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar wees de vergoeding van de incassokosten af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze afwijzing. Gedaagde handhaafde het besluit en stelde dat het besluit op goede gronden was genomen en dat er geen causaal verband bestond tussen het besluit en de schade.
De Raad oordeelde dat het besluit van gedaagde onrechtmatig was omdat gedaagde niet kon aannemen dat er geen hoger beroep was ingesteld. De Raad verwees naar het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht en stelde dat vergoeding van incassokosten wegens vertraging in betaling niet apart toekomt, maar dat wettelijke rente kan worden gevorderd over de bruto-voorschotbetaling.
De Raad wees het verzoek om incassokostenvergoeding af en stelde dat appellant zich kan richten tot gedaagde voor vergoeding van wettelijke rente, rekening houdend met verrekeningen aan derden. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van vergoeding van incassokosten wordt bevestigd.