ECLI:NL:CRVB:2001:AD3646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijdrageplichtig inkomen voor eigen bijdrage verzorgingshuis op grond van AWBZ
Appellante was het niet eens met de vaststelling van haar eigen bijdrage voor het verblijf in een verzorgingshuis per 1 juli 1997, omdat zij meende dat een in 1996 ontvangen belastingteruggave wegens buitengewone lasten (ziektekosten) over 1995 niet tot haar bijdrageplichtig inkomen mocht worden gerekend.
De rechtbank had het beroep van appellante deels gegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de belastingteruggave volgens de bepalingen van het Bijdragebesluit zorg als inkomen moet worden beschouwd. Dit volgt uit de dwingendrechtelijke aard van artikel 6, eerste lid, onder f, van het Besluit.
De Raad benadrukte dat het gekozen inkomensbegrip bewust is afgestemd op het netto besteedbaar inkomen en dat vergelijkingen met de Algemene bijstandswet niet doorslaggevend zijn. Er was geen sprake van strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarmee de vastgestelde eigen bijdrage bleef staan.
Uitkomst: De eigen bijdrage van appellante voor het verzorgingshuis blijft vastgesteld inclusief de belastingteruggave als bijdrageplichtig inkomen.