ECLI:NL:CRVB:2001:AB1814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij seksuele intimidatie door leidinggevende
Gedaagde, sinds 1969 in dienst bij de gemeente, werd in 1994 benoemd tot teamleider. Een gedetacheerde werkneemster klaagde in 1998 over seksuele intimidatie door hem. De klachtencommissie verklaarde de klacht gegrond en gedaagde kreeg per 15 maart 1999 strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Dit was gebaseerd op het feit dat hij vanuit zijn leidinggevende positie zonder toestemming een seksuele relatie was aangegaan, dit niet had gemeld en na een afspraak te stoppen toch opnieuw contact zocht.
De rechtbank vernietigde de ontslagbesluiten wegens onvoldoende feitelijke grondslag, o.a. omdat verklaringen van de werkneemster en een consulent onvoldoende steun boden. Ook de weigering van FPU-ontslag werd vernietigd. In hoger beroep oordeelt de Raad dat gedaagde zich wel schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim door onvoldoende afstand te bewaren, herhaaldelijk initiatief te nemen tot seksuele contacten en zijn positie als leidinggevende te misbruiken.
De Raad stelt vast dat de seksuele contacten tot medio 1996 niet duidelijk tegen de wil van de werkneemster waren, maar daarna wel sprake was van onduidelijkheden. Desondanks weegt het feit dat gedaagde herhaaldelijk het initiatief nam, ondanks waarschuwingen en het beleid tegen seksuele intimidatie, zwaar. Het ontslag wordt als niet onevenredig beoordeeld, ook gezien zijn lange staat van dienst. Het verzoek om FPU-ontslag verandert hier niets aan. De bestreden besluiten tot strafontslag en afwijzing FPU-ontslag worden gehandhaafd en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het strafontslag van de leidinggevende wegens ernstig plichtsverzuim wordt gehandhaafd.