ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit leenbijstand en handhaving rechtsgevolgen bij beëindiging bijstandsuitkering
De zaak betreft een geschil over de aflossingsverplichting van leenbijstand toegekend aan eiser, die sinds 1993 een bijstandsuitkering ontvangt. Na gezinshereniging werd in 1995 aanvullende leenbijstand toegekend voor woninginrichting, met een aflossingsverplichting. In 1996 werd de bijstandsuitkering beëindigd vanwege voldoende inkomsten uit arbeid, waarna de restantschuld van de eerste lening werd omgezet in een bedrag om niet, maar de tweede lening moest volledig worden afgelost.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond en vernietigde het besluit tot aflossingsverplichting, omdat appellant onvoldoende had gemotiveerd waarom een onverkorte aflossingstermijn van minimaal drie jaar gerechtvaardigd was. Appellant stelde in hoger beroep dat wel degelijk rekening was gehouden met de individuele situatie van eiser.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit strijdig is met de wet omdat het deels gebaseerd is op bepalingen die niet van toepassing zijn sinds de omzetting van de uitkering naar de Algemene bijstandswet (Abw). De Raad stelt vast dat appellant bij het besluit van 20 november 1996 wel degelijk rekening heeft gehouden met de individuele omstandigheden, waaronder het inkomen en de huursubsidie van eiser.
De Raad vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van eiser in hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, behalve voor de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.