ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- T.L. de Vries
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van AAW en WAO
Appellant, werkzaam als matroos, kreeg sinds 1980 uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 1997 herzag het Landelijk instituut sociale verzekeringen deze uitkeringen naar een mate van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid per 1 november 1996. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad beoordeelde medische rapporten van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige, waarbij correcties werden aangebracht op het maatmanloon. Appellant leverde geen overtuigend medisch bewijs dat de vastgestelde beperkingen onjuist waren. Ook werden de aan appellant voorgehouden functies (monteur loopwerken, inpakker, monteur koffiezetters) als passend beoordeeld, rekening houdend met zijn belastbaarheid en bekwaamheden.
De Raad achtte de uitlooptermijn van ruim vier maanden redelijk, mede omdat appellant als EU-burger geen verblijfsrechtelijke belemmeringen ondervindt. Er waren geen gronden voor een aanvullend medisch onderzoek of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering naar 35-45% wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.