ECLI:NL:CRVB:2000:BJ5604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens ernstig plichtsverzuim politieambtenaar
Appellant, een politieambtenaar in opleiding, werd door de korpsbeheerder van de politieregio ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof meerdere confrontaties buiten diensttijd in uniform, waarbij appellant handtastelijk en onbehoorlijk optrad, misbruik maakte van het politieuniform voor privézaken en wisselende, onware verklaringen aflegde tijdens het onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond en oordeelde dat de gedragingen van appellant ernstige twijfel aan zijn betrouwbaarheid en integriteit opriepen, waardoor het ontslag niet onevenredig was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het misbruik van het aan het politieambt verbonden gezag en de onbetrouwbaarheid van een dusdanige ernst zijn dat het zwaarste disciplinaire middel passend is.
De Raad weegt mee dat appellant door zijn stagebegeleider was aangesproken op zijn gedrag en dat aspiranten uitdrukkelijk worden geïnstrueerd over het gebruik van het uniform. Het feit dat het ontslag vlak voor de diploma-uitreiking plaatsvond doet niet af aan de rechtmatigheid van de maatregel. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het disciplinaire ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.