ECLI:NL:CRVB:2000:BJ5601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire maatregel wegens plichtsverzuim politieambtenaar in vrouwenhandelonderzoek
In een grootschalig strafrechtelijk onderzoek naar vrouwenhandel en corruptie in Noord-Limburg kwam naar voren dat appellant, een politieambtenaar, informatie had verstrekt aan een hoofdverdachte over het verkrijgen van een legale verblijfsstatus voor bij die persoon werkzame dames. Naar aanleiding hiervan werd appellant buiten functie gesteld en geschorst.
Na een disciplinair onderzoek legde de korpsbeheerder appellant een voorwaardelijk ontslag op, dat later werd ingetrokken en vervangen door een schriftelijke berisping. Appellant voerde onder meer aan dat de maatregelen onvoldoende waren gemotiveerd en dat er geen sprake was van plichtsverzuim.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende op de hoogte was van de verdenkingen en dat het verstrekken van informatie op de wijze waarop dat gebeurde niet strookte met een goede uitoefening van het politieambt. De opgelegde schriftelijke berisping werd als niet onevenredig beschouwd. Ook werd geoordeeld dat het gebruik van gegevens uit het strafrechtelijk onderzoek in de disciplinaire procedure rechtmatig was.
Uitkomst: De disciplinaire maatregel van schriftelijke berisping tegen appellant wordt bevestigd.