ECLI:NL:CRVB:2000:AE8622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens beperkte verdiencapaciteit en acceptabel ziekteverzuim
Appellant had een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW en WAO, die door gedaagde op 11 mei 1994 werd ingetrokken wegens een verminderde arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant, die lijdt aan een intermitterend dyshidrotisch handeczeem, ondanks ziekteverzuim van circa 25% in redelijkheid in staat is om de voor hem geselecteerde functies te vervullen. De Raad concludeerde dat het verzuimrisico niet zodanig hoog is dat van een werkgever niet verwacht kan worden appellant in dienst te nemen. Dit mede omdat de functies eenvoudig en niet persoonsgebonden zijn en vervanging bij ziekte gemakkelijk te regelen is.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in stand kan blijven en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad wees tevens op het geringe financiële risico voor werkgevers door de Ziektewet. Hiermee werd het beroep van appellant ongegrond verklaard en de intrekking van de uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd omdat appellant ondanks ziekteverzuim geschikt is voor passende arbeid.