ECLI:NL:CRVB:2000:AE8585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering na reïntegratieonderzoek
Het geschil betreft de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van gedaagde, die aanvankelijk was vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellant, het Landelijk instituut sociale verzekeringen, heeft deze uitkering herzien naar 25 tot 35% op basis van medische en arbeidskundige gegevens.
De rechtbank Breda had het besluit van appellant vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar reïntegratiemogelijkheden bij de werkgever van gedaagde. De rechtbank vond dat appellant onzorgvuldig had gehandeld door niet te wachten op onderzoek naar aangepaste functies binnen het bedrijf.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het Schattingsbesluit en de wet voorschrijven dat de mate van arbeidsongeschiktheid moet worden vastgesteld op basis van objectieve maatstaven en passende functies buiten de werkgever. De Raad stelt dat de beschikbare gegevens voldoende zijn om te concluderen dat gedaagde in staat is om ten minste 65% van haar maatmaninkomen te verdienen met passende functies.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad benadrukt dat het mogelijk beschikbaar komen van aangepast werk bij de werkgever geen reden is om de schatting uit te stellen.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de uitkering blijft in stand.