ECLI:NL:CRVB:2000:AE8522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tegemoetkoming voor niet meervoudig gehandicapt kind volgens TOG-regeling
Appellante werd door de Sociale Verzekeringsbank geïnformeerd dat haar zoon geen recht heeft op een tegemoetkoming op grond van de TOG-regeling, omdat hij niet meervoudig gehandicapt of ernstig lichamelijk gehandicapt zou zijn. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank, werd in hoger beroep het besluit bevestigd.
De Raad overwoog dat het kind een aan autisme verwante contactstoornis heeft, maar niet voldoet aan de criteria van meervoudige handicap zoals omschreven in de beleidsregel van de Sociale Verzekeringsbank. Dit betekent een combinatie van een verstandelijke handicap met motorische beperkingen, niet te corrigeren zintuiglijke beperkingen of een chronische ziekte met ernstige lichamelijke beperkingen. Het kind heeft geen verstandelijke handicap en derhalve geen meervoudige handicap.
De Raad vond in het ZVN-advies en huisbezoekrapport voldoende steun voor dit oordeel. Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen, omdat onvoldoende aanknopingspunten waren om te concluderen dat de Sociale Verzekeringsbank dit zou hebben geschonden.
De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van tegemoetkoming wordt bevestigd.