ECLI:NL:CRVB:2000:AB1899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.M. van der Kade
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling wegens onjuiste hoogte vaststelling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Zwolle waarin hij werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde van f 2.130,-. Het hoger beroep richt zich uitsluitend op de hoogte van dit bedrag. De rechtbank had de kosten gebaseerd op twee proceshandelingen die voor vergoeding in aanmerking komen: het indienen van een beroepschrift en het verschijnen ter zitting. Appellant betoogde dat de zaak van gemiddelde zwaarte was en dat het bedrag op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) daarom f 1.420,- had moeten zijn.
De Raad constateert dat de rechtbank niet heeft gemotiveerd waarop de hogere proceskostenveroordeling is gebaseerd. Gelet op de aard van de zaak en de rechtsvragen, waaronder de beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaar, kwalificeert de zaak als van gemiddelde zwaarte. De Raad ziet geen reden om hiervan af te wijken.
Daarom vernietigt de Raad het deel van de uitspraak waarin de proceskostenveroordeling is vastgesteld op f 2.130,- en bepaalt dat deze nader wordt vastgesteld op f 1.420,-. Tevens acht de Raad geen grond aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 14 december 2000.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling wordt vernietigd en vastgesteld op f 1.420,- in plaats van f 2.130,-.