ECLI:NL:CRVB:2000:AA8818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over wachtgeldtoekenning aan eervol ontslagen ambtenaar
Appellante, eervol ontslagen uit haar functie bij de rijksoverheid, maakte bezwaar tegen de hoogte van het door de Minister van Binnenlandse Zaken toegekende wachtgeld. Het wachtgeld was toegekend op basis van schaal 4 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA 1984). Appellante stelde dat zij aanspraak had op een hogere schaal (schaal 5 met uitloop naar schaal 6) vanwege een toezegging van haar werkgever.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de Minister terecht is uitgegaan van de feitelijke bezoldiging op het moment van ontslag, conform artikel 4, eerste lid, van het Rijkswachtgeldbesluit 1959. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak waarin ditzelfde punt is behandeld.
Indien de Europese Commissie voor de rechten van de mens (ECRM) zou besluiten dat de bezoldiging met terugwerkende kracht moet worden aangepast, zal het wachtgeld dienovereenkomstig worden aangepast. De Raad ziet geen reden om het bezwaar aan te houden in afwachting van een dergelijke procedure en acht geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit over de hoogte van het wachtgeld wordt bevestigd.