ECLI:NL:CRVB:2000:AA8812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.C.F. Talman
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezoldigingsverlaging en schadevergoedingsverzoeken ambtenaar wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig ambtenaar bij de gemeente Nijeveen, werd wegens arbeidsongeschiktheid eervol ontslagen. Het College verlaagde zijn bezoldiging tot 80% vanwege langdurige ziekte, wat appellant betwistte op grond van een bepaling in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) die volledige betaling voorschrijft indien ziekte hoofdzakelijk door werkomstandigheden wordt veroorzaakt.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn ziekte in overwegende mate door zijn werk werd veroorzaakt, mede gelet op medische verklaringen en omstandigheden op het gemeentehuis. Hierdoor bleef de verlaging van de bezoldiging in stand. Tevens werden verzoeken tot schadevergoeding wegens inkomensderving en immateriële schade afgewezen, omdat geen onrechtmatig handelen door de gemeente was vastgesteld.
Verder werd een geschil over overuren en vakantiedagen behandeld. De Raad bevestigde dat eerdere afspraken over overuren niet konden worden herroepen en wees aanvullende vergoedingen af. Wel werd vastgesteld dat appellant recht had op een extra halve vakantiedag over 1994, met betaling van wettelijke rente vanaf 1 juli 1996. De gemeente Meppel werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht. De uitspraak van de rechtbank werd op enkele punten vernietigd en herzien.
Uitkomst: De bezoldigingsverlaging blijft in stand, schadevergoedingsverzoeken worden afgewezen, maar appellant krijgt een extra vakantiedag met wettelijke rente en vergoeding van proceskosten.