ECLI:NL:CRVB:2000:AA6990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag zonder medische grond
Appellant, voormalig bedrijfsleider bij Beauty Service BV, nam op 18 augustus 1997 ontslag vanwege stress en oververmoeidheid. Hij verzocht om een WW-uitkering, maar de verzekeringsgeneeskundige constateerde geen medische reden voor ontslag. De uitkering werd daarom blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank bevestigde dit besluit, oordelend dat appellant zijn verplichtingen niet nakwam en dat geen dringende redenen bestonden om de maatregel te matigen. Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat het besluit niet op een adequaat feitenonderzoek berustte, dat de maatregel disproportioneel was en dat sprake was van schending van EVRM-rechten.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs de dienstbetrekking had moeten voortzetten, dat het niet ziekmelden voor eigen risico was, en dat de niet-medische redenen onvoldoende waren om het ontslag te rechtvaardigen. Er was geen grond voor matiging van de maatregel of toepassing van het evenredigheidsbeginsel. Ook werd het beroep op EVRM-artikelen verworpen. De Raad bevestigde de uitspraak en het bestreden besluit.
Uitkomst: De blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.