ECLI:NL:CRVB:2000:AA6846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing, ontslag en functiewaardering bedrijfsleider universiteit
Appellant, voormalig bedrijfsleider van een universiteitsafdeling, werd geschorst en later eervol ontslagen met een uitkering op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959. Hij stelde bezwaar tegen de schorsing, het ontslag en de functiewaardering.
De Raad oordeelde dat het schorsingsbesluit een primair besluit is waartegen geen beroep openstond, maar vernietigde de eerdere uitspraak wegens procedurefouten en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. De schorsing was gerechtvaardigd vanwege een onwerkbare situatie binnen de dienst.
Ten aanzien van het ontslag stelde appellant dat hij recht had op een hogere uitkering en schadevergoeding. De Raad concludeerde dat beide partijen een aandeel hadden in de ontstane situatie, maar dat de uitkering verhoogd moest worden met f 600,- per maand. De weigering van een hogere uitkering werd vernietigd.
De functiewaardering op schaal 12 werd bevestigd. De Raad vond de functiebeschrijving adequaat en zag geen reden voor een hogere waardering, mede vanwege de hiërarchische positie van appellant.
De Raad veroordeelde de Rijksuniversiteit Groningen tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De schorsing wordt bevestigd, de uitkering bij ontslag wordt verhoogd met f 600,- per maand en de functiewaardering op schaal 12 wordt gehandhaafd.