ECLI:NL:CRVB:1999:AZ8520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- R.M. van Male
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende onderzoek en onderschatting medische beperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) tot intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering per 1 januari 1996, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het Lisv minder dan 25% was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar liet de zitting achterwege zonder opnieuw toestemming van partijen, wat in strijd is met artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad stelde vast dat de rechtbank ten onrechte geen nieuwe toestemming had gevraagd voor het achterwege laten van de zitting na ontvangst van nieuwe stukken. Daarnaast concludeerde de Raad op basis van het deskundigenrapport van prof. dr. Notermans dat appellante ernstiger medisch beperkt was dan door het Lisv vastgesteld, en dat zij niet in staat was om voltijds functies te verrichten die aan haar waren voorgehouden.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het Lisv tot schadevergoeding en proceskostenvergoeding aan appellante. Tevens werd het gestorte griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.