ECLI:NL:CRVB:1999:AA8626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- Th.C. van Sloten
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over WW-uitkering wegens onjuiste toepassing van artikel 19 WW
Appellant heeft een WW-uitkering gevraagd over de periode van 28 september 1991 tot en met 9 januari 1992. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) wees dit verzoek af omdat appellant reeds een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving met een mate van 80 tot 100%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij al op 1 oktober 1991 een WW-uitkering had aangevraagd, maar de Raad oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt. De brief van 28 september 1991 en het gesprek met een medewerker van het administratiekantoor toonden geen melding van werkloosheid of aanvraag WW-uitkering.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens onjuiste toepassing van artikel 19 WW Pro, maar bepaalde dat de WW-uitkering over de periode niet wordt uitbetaald omdat niet voldaan is aan artikel 23 WW Pro en er geen sprake is van een bijzonder geval. Tevens werd appellant in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep veroordeeld.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de WW-uitkering over de periode wordt niet uitbetaald wegens niet voldoen aan artikel 23 WW.