ECLI:NL:CRVB:1999:AA3726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.M. Schelfhout
- F.W. Houtman
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep beslist over ingangsdatum wettelijke rente bij AAW-uitkering
Het geschil betreft de ingangsdatum van de wettelijke rente die het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) aan A dient te betalen over een achterstallige verhoging van diens AAW-uitkering. De rechtbank had de rente toegekend vanaf 1 september 1982, de datum van de oorspronkelijke uitkeringsaanvang.
Appellant, Lisv, betoogde dat de rente pas verschuldigd is vanaf een maand na de schriftelijke aanmaning op 13 mei 1996, verwijzend naar de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek. De Centrale Raad oordeelde echter dat het besluit van 3 september 1996 slechts een herziening betrof van het besluit van 10 januari 1996 en niet van het oorspronkelijke besluit van 26 augustus 1982.
De Raad stelde vast dat appellant binnen vier maanden na de aanvraag van 30 januari 1995 had moeten beslissen, en dat de wettelijke rente daarom verschuldigd is vanaf 1 juni 1995, de dag na het verstrijken van die termijn. De eerdere uitspraak werd vernietigd voor zover de rente vanaf 1982 werd toegekend, en bevestigd voor het overige. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde in hoger beroep.
Uitkomst: De wettelijke rente over de achterstallige AAW-uitkering is verschuldigd vanaf 1 juni 1995.