ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0249
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wettelijke rente opeisbaar vanaf vier weken na onjuist primair besluit huursubsidie
Eiser vroeg huursubsidie aan voor de periode 1 juli 1997 tot en met 30 juni 1998. Na aanvankelijke weigering op 14 november 1997 werd bij besluit op bezwaar van 8 september 1999 alsnog een bijdrage toegekend, betaalbaar gesteld op 17 september 1999. Eiser vorderde wettelijke rente vanaf de datum van het oorspronkelijke besluit, terwijl verweerder de rente berekende vanaf een latere datum gebaseerd op een voorontwerp Awb.
De rechtbank analyseerde de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de Raad van State, die uitgaan van opeisbaarheid van rente vanaf het moment waarop de ten onrechte niet betaalde geldsom had moeten worden uitbetaald. Het voorontwerp Awb maakt een afwijkende keuze die een breuk vormt met de huidige jurisprudentie.
De rechtbank oordeelt dat anticiperen op het voorontwerp niet passend is omdat het niet overeenkomt met de algemene rechtsovertuiging en het stelsel van het voorontwerp. Verweerder acht een betaaltermijn van vier weken redelijk, en de rechtbank sluit zich hierbij aan. De wettelijke rente is derhalve opeisbaar vanaf vier weken na 14 november 1997 tot 17 september 1999.
Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover het gericht is tegen de weigering om te beslissen op het bezwaarschrift, maar gegrond voor zover het gericht is tegen het besluit op bezwaar. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Wettelijke rente is opeisbaar vanaf vier weken na het oorspronkelijke besluit van 14 november 1997 tot 17 september 1999.