ECLI:NL:CRVB:1999:AA3580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- Th.C. van Sloten
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over overneming en terugvordering van WW-uitkeringen en kosten
De zaak betreft een geschil tussen het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en een voormalig werknemer (gedaagde) over de overneming van uitkeringen en kosten op grond van de Werkloosheidswet (WW).
Gedaagde was werkzaam als chauffeur en zijn dienstverband eindigde in mei 1993. Na een vonnis van de kantonrechter werd de werkgever veroordeeld tot betaling van loon, vakantiegeld, vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen en buitengerechtelijke kosten. Na het faillissement van de werkgever nam Lisv de uitkeringsverplichtingen over. Lisv weigerde echter de wettelijke verhoging van de proceskosten over te nemen en beperkte de overneming van buitengerechtelijke kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde deels gegrond en vernietigde het besluit van Lisv voor zover het de kosten betrof. In hoger beroep betwistte Lisv dit oordeel en stelde dat alleen het deel van de kosten dat verband hield met de over te nemen loonbedragen in aanmerking kwam. De Raad oordeelde dat de wettelijke verhoging niet voor overneming in aanmerking komt, maar dat de proceskosten en executiekosten volledig moeten worden overgenomen. Het terugvorderingsbesluit werd deels vernietigd wegens een te hoog vastgesteld bedrag.
De Raad veroordeelde Lisv tot betaling van een bedrag aan gedaagde en tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de WW en de grenzen van overneming van kosten na faillissement van de werkgever.
Uitkomst: De Raad vernietigt deels het besluit van Lisv en veroordeelt Lisv tot betaling van kosten en proceskosten aan gedaagde.