ECLI:NL:CRVB:1998:AA8809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- G.A.J. van den Hurk
- I. Ritter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering schadevergoeding aanvulling ziekengeld na faillissement werkgever
Appellant vordert vergoeding van schade wegens het niet ontvangen van een aanvulling tot 100% van het loon inclusief vakantietoeslag over de periode 9 november 1993 tot en met 2 december 1993, nadat het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) op 10 november 1993 het ziekengeld stopzette. De rechtbank vernietigde het besluit van Lisv en kende ziekengeld toe, maar wees de schadevergoeding af omdat het faillissement van de werkgever de oorzaak was van het niet ontvangen van de aanvulling.
In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank artikel 6:98 BW Pro onjuist toepaste en eist alsnog vergoeding van het bedrag vermeerderd met wettelijke rente. De Raad overweegt dat de schadevergoeding alleen toekomt indien er een voldoende causaal verband bestaat tussen het onrechtmatige besluit en de schade. Het faillissement van de werkgever, waardoor de aanvulling niet werd betaald, kan niet aan Lisv worden toegerekend.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de gevorderde schadevergoeding af. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aansprakelijkheid van Lisv strekt niet zover dat zij moet instaan voor het faillissement van de werkgever en de daaruit voortvloeiende schade.
Uitkomst: De Raad wijst de gevorderde schadevergoeding af omdat het faillissement van de werkgever niet aan het bestuursorgaan kan worden toegerekend.