ECLI:NL:CRVB:1998:AA8772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- P.H. Hugenholtz
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij WWV-uitkering
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle die het beroep tegen een herziening van een WWV-uitkering ongegrond verklaarde. De herziening betrof het terugvorderen van uitkeringen over de periode van april 1984 tot april 1985.
Appellant was verhuisd binnen de gemeente Putten en stelde de rechtbank hiervan tijdig op de hoogte te hebben gesteld, maar de rechtbank beschikte niet over het nieuwe adres. De uitspraak werd op 22 mei 1995 per gewone brief naar het oude adres verzonden, waardoor appellant deze niet ontving.
De Raad overwoog dat de beroepstermijn van zes weken niet op 23 mei 1995 kon aanvangen, maar op 11 augustus 1995, toen een deurwaarderskantoor een afschrift van de uitspraak aan appellant bezorgde. Het hoger beroep werd pas op 17 december 1996 ingesteld, ruim na het verstrijken van de termijn. De stelling van appellant dat hij eerder een brief had gestuurd, kon niet worden bewezen.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en vond geen reden om de termijnoverschrijding te vergoelijken. Het feit dat appellant had vertrouwd op een mededeling van het deurwaarderskantoor dat hoger beroep niet meer mogelijk was, kwam voor zijn rekening.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.