ECLI:NL:CRVB:1998:AA8640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.H. Hugenholtz
- J.C.F. Talman
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sanctietoepassing bij verwijtbare werkloosheid na gebruik uittredingsregeling ouderen
Betrokkene, geboren in 1940, maakte gebruik van een uittredingsregeling voor oudere werknemers en beëindigde zijn dienstverband bij B.V. X in mei 1995. De NAB kwalificeerde dit als verwijtbare werkloosheid en legde een sanctie van 30% korting op de WW-uitkering voor 21 weken op. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een te categorische sanctietoepassing zonder individuele belangenafweging.
In hoger beroep stelt betrokkene dat hij niet verwijtbaar werkloos is en dat de sanctie te zwaar is. De Raad overweegt dat betrokkene bewust het risico van langdurige werkloosheid heeft genomen en dat de NAB bevoegd was de sanctie op te leggen. De Raad vindt geen sprake van een onrechtmatige categorische sanctietoepassing, mede omdat individuele omstandigheden in de voorliggende zaken zijn meegewogen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. De opgelegde sanctie is rechtmatig en in overeenstemming met de WW en het gelijkheidsbeginsel.
Uitkomst: De opgelegde sanctie van 30% korting op de WW-uitkering gedurende 21 weken wordt bevestigd.