ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.H. Hugenholtz
- J.C.F. Talman
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening en overneming gratificaties in kader Werkloosheidswet
Appellant, voormalig directeur bij een failliet verklaard bedrijf, vordert in hoger beroep de overneming van niet-uitbetaalde gratificaties over de jaren 1992 tot en met 1994 door gedaagde, het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), in het kader van de Werkloosheidswet (WW).
De gratificaties betreffen een winstafhankelijk loonbestanddeel, waarvan de uitbetaling afhankelijk is van de vaststelling van de jaarrekening. Gedaagde wees het verzoek tot overneming aanvankelijk af, maar nam na tussenkomst van de rechtbank een besluit tot gedeeltelijke overneming van de gratificaties over 1993 en 1994.
De Raad overweegt dat de gratificaties moeten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben en niet aan het moment van uitbetaling. De gratificatie over 1992 valt buiten de termijnen van artikel 64 WW Pro en komt niet voor overneming in aanmerking, terwijl die over 1993 en 1994 wel binnen de termijnen vallen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van 23 augustus 1996 blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 23 augustus 1996 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.