ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand in bezwaarschriftprocedure bij beëindiging bijstandsuitkering
A. voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen waarin werd bepaald dat de gemeente Groningen niet verplicht was de volledige kosten van rechtsbijstand in de bezwaarschriftprocedure te vergoeden. De uitkering van A. werd door het College beëindigd omdat zij duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot, waardoor gezamenlijke inkomsten voldoende zouden zijn.
De rechtbank had het besluit van het College vernietigd voor zover het niet besliste over de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand en de gemeente veroordeeld tot een beperkte vergoeding. Het hoger beroep van A. betrof met name de hoogte van deze vergoeding. Het College stelde dat het verzoek om vergoeding van rechtsbijstand eerst via een primair besluit behandeld moest worden en niet in de bezwaarschriftprocedure.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College niet verplicht was in het primaire besluit te beslissen over de vergoeding van rechtsbijstand in de bezwaarfase. Het hoger beroep van A. werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Wel werd bepaald dat het bezwaar van A. tegen het afwijzende besluit over de kosten van rechtsbijstand alsnog als bezwaarschrift door het College moet worden behandeld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd wegens een procedurefout in de behandeling van het bezwaar over de kosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van A. wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar tegen het besluit over rechtsbijstandkosten wordt doorgezonden aan het College voor behandeling.