ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.H. Hugenholtz
- J.C.F. Talman
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gemiddeld aantal arbeidsuren en gelijkstelling vakantie-uren voor WW-uitkering
De zaak betreft een geschil tussen het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en een werknemer over de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren (gaa) voor de toekenning van een WW-uitkering. De werknemer werkte als parttimer bij de Hema en had een urenverlies waarvoor zij een WW-uitkering wilde ontvangen. De Lisv had het urenverlies berekend zonder de vakantie-uren volledig mee te rekenen, wat leidde tot een lagere vaststelling van het gemiddeld aantal arbeidsuren.
De werknemer stelde dat de vakantie-uren, waarvoor zij een vakantievergoeding ontving, gelijkgesteld moesten worden met arbeidsuren conform artikel 16 lid 2 WW Pro. Tevens wees zij op het feit dat weken waarin zij vakantie had opgenomen niet als niet-gewerkte weken mochten meetellen, omdat dit het gemiddeld aantal uren vertekende.
De Raad oordeelde dat de Lisv ten onrechte slechts de in de laatste 26 weken opgebouwde vakantievergoeding had meegenomen en dat ook eerdere opgebouwde vakantie-uren in aanmerking genomen moeten worden. Hierdoor moet het gemiddeld aantal arbeidsuren opnieuw worden vastgesteld, waarbij de vakantie-uren worden gelijkgesteld met arbeidsuren. De uitspraak bevestigt het vernietigde besluit van de rechtbank en wijst de Lisv op de noodzaak tot een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit van de Lisv wordt vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren inclusief vakantie-uren.