ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.A.A.G. Vermeulen
- Ch. de Vrey
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar tegen afwijzing sollicitatie ambtenaar gemeente Amsterdam
A. was vanaf 1990 werkzaam bij het gemeentelijk grondbedrijf van Amsterdam, aanvankelijk op basis van arbeidsovereenkomsten en later tijdelijke aanstellingen. Hij solliciteerde op een interne vacature voor medewerker debiteuren, maar werd na twee gesprekken afgewezen. Tegen deze afwijzing diende A. bezwaar in, dat door de directeur niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf opdracht tot een nieuw besluit, maar de directeur handhaafde de niet-ontvankelijkheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte vooruitliep op de inwerkingtreding van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het besluit van de directeur rechtsgeldig was. De Raad bevestigt dat een afwijzing van een sollicitatie een besluit in de zin van de Awb is, maar dat beroep alleen mogelijk is als de sollicitant rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, bijvoorbeeld bij een bestaand loopbaanperspectief.
In dit geval was A. in tijdelijke dienst zonder loopbaanperspectief en was er geen sprake van een gewekte verwachting op benoeming. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het primaire beroep van A. ongegrond en bevestigt het besluit van 23 april 1996.
Uitkomst: Het bezwaar van A. tegen de afwijzing van zijn sollicitatie wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard.