ECLI:NL:CRVB:1996:ZB5872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.H. Hugenholtz
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Overneming niet genoten ADV-dagen bij beëindiging dienstverband met onmiddellijke ingang
De zaak betreft een geschil over de overneming van niet genoten ADV-dagen door de bedrijfsvereniging na het ontslag van een werknemer met onmiddellijke ingang. De werknemer was van 1988 tot 1990 in dienst bij een aannemingsbedrijf en werd ontslagen wegens betalingsonmacht van de werkgever. De werknemer trad direct daarna bij een andere werkgever in dienst en verzocht de bedrijfsvereniging om overneming van achterstallige loonbetalingen, waaronder vijf niet opgenomen ADV-dagen.
De bedrijfsvereniging weigerde de overneming van de ADV-dagen met verwijzing naar de CAO-bepaling dat deze dagen voor het einde van het dienstverband moeten worden opgenomen. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de loonwaarde van niet opgenomen ADV-dagen onder de Werkloosheidswet valt, vergelijkbaar met vakantiedagen. De bedrijfsvereniging ging in hoger beroep en stelde dat ADV-dagen een ander doel hebben dan vakantiedagen en niet als loon moeten worden uitgekeerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat ADV-dagen niet gelijkgesteld kunnen worden aan vakantiedagen en daarom niet onder artikel 64 sub c van Pro de WW vallen, maar dat de vergoeding van niet opgenomen ADV-dagen als loon onder de onderdelen a en b van artikel 64 valt Pro. Omdat het dienstverband met onmiddellijke ingang eindigde en opname onmogelijk was, moet de werkgever de loonwaarde van de ADV-dagen alsnog vergoeden. De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de ADV-dagen betreft en gaf de bedrijfsvereniging opdracht een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De overneming van niet genoten ADV-dagen wordt toegewezen en appellant dient een nieuw besluit te nemen.