ECLI:NL:CRVB:1995:ZB2679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- K.J.S. Spaas
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende verlies verdiencapaciteit
Eiser, voormalig zelfstandig landbouwer, kreeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Gedaagde trok deze uitkering per 1 december 1991 in omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg. De Raad toetste deze beslissing aan de hand van medische rapporten en inkomensgegevens.
Medische deskundigen concludeerden dat eiser in staat was passende werkzaamheden te verrichten en dat de psychische problematiek reeds was meegenomen in de beoordeling. De Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor een verslechtering van de psychische gezondheid die het oordeel zou moeten wijzigen.
Ten aanzien van het maatmaninkomen stelde de Raad vast dat alleen het inkomen uit 1986 relevant was, omdat in de jaren daarvoor eiser gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. Dit inkomen werd herleid naar een maandinkomen dat representatief was voor de situatie vóór de arbeidsongeschiktheid.
De Raad volgde de grieven van eiser niet en bevestigde de intrekking van de uitkering. Er was geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. De uitspraak werd gedaan op 6 juni 1995 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd omdat eiser niet meer dan 25% arbeidsongeschikt is en passende functies kan vervullen.