ECLI:NL:CRVB:1994:ZB0806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Beslissing over proceskosten en renteschade na intrekking hoger beroep in arbeidsongeschiktheidsuitkering
Verzoekster werd door het bestuursorgaan geïnformeerd over de intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkeringen per 1 juni 1990. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster tegen dit besluit gegrond en vernietigde het bestuursbesluit. Het bestuursorgaan stelde hoger beroep in, maar trok dit later in. Verzoekster vroeg vervolgens vergoeding van proceskosten en renteschade.
De Raad oordeelde dat de kosten van het geding in eerste aanleg niet in de proceskostenveroordeling kunnen worden betrokken en dat verzoekster zich hiervoor tot de burgerlijke rechter kan wenden. Wel achtte de Raad verzoekster ontvankelijk in het verzoek tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep, ondanks de intrekking door het bestuursorgaan.
De Raad wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af omdat de ingediende stukken niet voldeden aan de vereisten. Het verzoek tot vergoeding van renteschade werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit verzoek pas na de intrekking van het hoger beroep werd gedaan, terwijl dat tijdens de procedure had moeten gebeuren.
De Raad benadrukte dat verzoekster nog steeds de mogelijkheid heeft om via een nieuw bestuursbesluit en eventueel een nieuwe procedure vergoeding van renteschade te verkrijgen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen en het verzoek om vergoeding van renteschade wordt niet-ontvankelijk verklaard.