ECLI:NL:CRVB:1992:AK5312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens disfunctioneren door alcoholprobleem zonder medische ongeschiktheid
Eiser, sinds 1977 werkzaam bij het Academisch Ziekenhuis bij de Universiteit van Amsterdam, werd per 1 januari 1989 ontslagen wegens ongeschiktheid en disfunctioneren, gerelateerd aan een ernstig alcoholprobleem. Ondanks pogingen tot begeleiding en behandeling trok eiser zich terug en bleef hij disfunctioneren, wat leidde tot het ontslagbesluit.
De Raad oordeelt dat het enkele feit van een alcoholprobleem niet automatisch medische ongeschiktheid inhoudt; dit is alleen het geval bij een niet door alcoholgebruik veroorzaakte psychische defecttoestand. De bedrijfsarts en bedrijfsmaatschappelijke dienst stelden vast dat het disfunctioneren aan eiser zelf te wijten was en dat hij zich bewust aan begeleiding onttrok.
Daarnaast werd de weigering van een ontslaguitkering bevestigd omdat het ontslag aan eigen schuld te wijten was. Het verzoek om een commissie van geneeskundigen bijeen te roepen werd afgewezen omdat een dergelijk advies geen appellabel besluit oplevert, en het beroep daartegen niet ontvankelijk is.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat het beroep tegen het besluit tot weigering van de commissie van geneeskundigen ongegrond verklaarde en verklaarde dat beroep alsnog niet-ontvankelijk, terwijl de rest van de uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens disfunctioneren door alcoholgebruik zonder medische ongeschiktheid wordt bevestigd en het beroep tegen de weigering van een commissie van geneeskundigen wordt niet-ontvankelijk verklaard.