Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Melspring International B.V., te Velp (verzoekster 1)
verzoeksters)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoekster 1 heeft een aanvraag om hertoelating van een biocide ingediend, die door het Ctgb is afgewezen wegens het niet tijdig aanleveren van benodigde informatie. Het bezwaar tegen dit besluit werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Daarnaast trok het Ctgb ambtshalve de toelating van het moedermiddel en afgeleide middelen in, waarna ook de bezwaren van verzoeksters tegen deze intrekkingsbesluiten niet-ontvankelijk werden verklaard.
Verzoeksters vroegen de voorzieningenrechter om voorlopige voorzieningen, waaronder schorsing van de besluiten en verlenging van respijttermijnen, vanwege financieel belang en behoud van concurrentiepositie. De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van spoedeisend belang, maar dat de kans dat het beroep in de hoofdzaak tot vernietiging van de besluiten leidt onvoldoende was.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het afwijzingsbesluit rechtsgeldig elektronisch was bekendgemaakt via het Register for Biocidal Products (R4BP 3), en dat verzoekster 1 impliciet kenbaar had gemaakt dat zij via dit systeem bereikbaar was. Uit leesbevestigingen bleek dat het bericht binnen de termijn was gelezen. Er was geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Daarom wees de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens te laat ingediend bezwaar en rechtsgeldige elektronische bekendmaking via R4BP 3.