ECLI:NL:CBB:2026:62
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag graasdierpremie wegens niet-naleving subsidiabiliteitscriteria en overmacht afgewezen
De landbouwer had een aanvraag ingediend voor de graasdierpremie voor 24 runderen, maar de minister wees deze af omdat de runderen in de aanhoudperiode niet ononderbroken op niet subsidiabele grond aanwezig waren. Een inspectie van de NVWA toonde aan dat de dieren op subsidiabele percelen liepen, wat in strijd is met de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.
De landbouwer voerde overmacht aan vanwege extreem warm en droog weer waardoor hij de dieren verplaatste, en stelde dat hij niet op de meldplicht was gewezen. Tevens beriep hij zich op het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, omdat een medewerker van de RVO hem zou hebben doen geloven dat zijn bezwaar gegrond zou worden verklaard.
Het College oordeelde dat de landbouwer niet binnen de vereiste termijn melding van overmacht had gedaan en dat de omstandigheden niet als abnormaal en onvoorzien konden worden aangemerkt. De sancties waren in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging was gedaan en het Unierecht niet terzijde kan worden gesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de landbouwer tegen de afwijzing van de graasdierpremie en de opgelegde sanctie wordt ongegrond verklaard.