ECLI:NL:CBB:2026:51
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing chauffeurskaart na verkeersincident
Verzoeker, een zelfstandig taxichauffeur, kreeg zijn chauffeurskaart geschorst door de staatssecretaris vanwege een incident waarbij hij ervan wordt verdacht bewust op een verkeersregelaar te zijn ingereden. Dit leidde tot een strafrechtelijke procedure wegens zware mishandeling en opzettelijk verkeersgevaarlijk gedrag.
Verzoeker betwist de beschuldigingen en stelt dat hij niet opzettelijk handelde, onderbouwd met een dashcamvideo. Hij voert aan dat de schorsing onevenredig is vanwege zijn financiële situatie als kostwinner.
De staatssecretaris baseert het schorsingsbesluit op processen-verbaal en getuigenverklaringen die het vermoeden ondersteunen dat verzoeker niet meer voldoet aan de eisen voor een verklaring omtrent gedrag (VOG). Het belang van veiligheid en kwaliteit in het taxivervoer weegt zwaarder dan het financiële belang van verzoeker.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de schorsing terecht is en niet onevenredig, en dat het oordeel over schuld aan het strafbare feit aan de strafrechter is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, met de mogelijkheid tot opheffing van de schorsing bij vrijspraak in de strafzaak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de chauffeurskaart wordt afgewezen.