ECLI:NL:CBB:2026:306

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
25/607
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing subsidieaanvraag warmtepomp wegens ontbreken stimulerend effect

In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 15 juni 2026 uitspraak gedaan over een beroep tegen de afwijzing van een subsidieaanvraag voor een warmtepomp. De aanvrager had de warmtepomp op 20 december 2024 gekocht, terwijl de subsidieaanvraag pas op 31 december 2024 werd ingediend. De minister wees de aanvraag af omdat niet was voldaan aan het vereiste van het stimulerend effect, dat inhoudt dat de subsidieaanvraag vooraf moet gaan aan de aankoop.

Het College bevestigde dat de door de aanvrager overgelegde factuur uit 2024 betrouwbaar was en dat de later ingediende factuur uit 2025 niet de gewenste waarde kon krijgen. Het Europese staatssteunkader laat geen ruimte om af te wijken van het vereiste dat de subsidieaanvraag voorafgaat aan de aankoop, en het nationale evenredigheidsbeginsel kan dit niet doorbreken.

De minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidie gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de subsidieaanvraag na de aankoop van de warmtepomp is ingediend, waardoor niet aan het stimulerend effect is voldaan.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/607
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026

Voorzitter: mr. A. van Gijzen

Griffier: R. Hosseinollahi

Partijen

[naam] , te [woonplaats]

en

de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Het College ziet geen aanleiding om aan de eerste verstrekte informatie bij de subsidieaanvraag van 31 december 2024 te twijfelen. Bij die aanvraag heeft [naam] als aankoopdatum van de warmtepomp 20 december 2024 vermeld en een factuur aangeleverd met de datum 20 december 2024. Aan de daarna ingediende factuur uit 2025 kan niet de door [naam] gewenste waarde worden gehecht. Omdat de aankoop van de warmtepomp aan de aanvraag voorafging, is niet voldaan aan een van de voorwaarden voor de subsidie. [1] De minister was daarom gehouden de subsidieaanvraag af te wijzen.
2 Het gaat hier om het vereiste van het stimulerend effect, waaraan alleen is voldaan als de subsidieaanvraag voorafgaat aan de aankoop van de warmtepomp. Het Europese staatssteunkader biedt geen ruimte om hiervan af te wijken. Dit staatssteunkader kan namelijk niet opzij worden gezet door het nationaalrechtelijke evenredigheidsbeginsel. [2]
3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. A. van Gijzen w.g. R. Hosseinollahi

Voetnoten

1.Artikel 22, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies.
2.Zie de uitspraak van het College van 14 oktober 2025, ECLI:NL:CBB:2025:553, onder 6.2.