ECLI:NL:CBB:2026:306
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag warmtepomp wegens ontbreken stimulerend effect
In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 15 juni 2026 uitspraak gedaan over een beroep tegen de afwijzing van een subsidieaanvraag voor een warmtepomp. De aanvrager had de warmtepomp op 20 december 2024 gekocht, terwijl de subsidieaanvraag pas op 31 december 2024 werd ingediend. De minister wees de aanvraag af omdat niet was voldaan aan het vereiste van het stimulerend effect, dat inhoudt dat de subsidieaanvraag vooraf moet gaan aan de aankoop.
Het College bevestigde dat de door de aanvrager overgelegde factuur uit 2024 betrouwbaar was en dat de later ingediende factuur uit 2025 niet de gewenste waarde kon krijgen. Het Europese staatssteunkader laat geen ruimte om af te wijken van het vereiste dat de subsidieaanvraag voorafgaat aan de aankoop, en het nationale evenredigheidsbeginsel kan dit niet doorbreken.
De minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidie gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de subsidieaanvraag na de aankoop van de warmtepomp is ingediend, waardoor niet aan het stimulerend effect is voldaan.