Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2026:290

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
26/321
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit houders van dieren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang wegens overtreding huisvestingsnormen melkvee

De maatschap exploiteert een melkveehouderij en kreeg op 10 maart 2026 een last onder bestuursdwang opgelegd vanwege overtredingen van het Besluit houders van dieren (Bhd). Inspectie op 1 december 2025 toonde aan dat de ligboxen te klein waren en de voerhekken te laag, wat leidde tot verwondingen bij de koeien.

De maatschap maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang van de maatschap, mede vanwege de mogelijke onomkeerbare gevolgen van het besluit, zoals het meenemen van koeien bij hercontrole.

Uit het inspectierapport en de veterinaire verklaring bleek duidelijk de overtreding en de oorzaak van de verwondingen. De door de maatschap ingebrachte stukken over de situatie na de inspectie gaven geen aanleiding tot twijfel aan de overtredingen. De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit terecht was en verwachtte dat de last stand zal houden in bezwaar en beroep.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 26/321
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2026

Voorzieningenrechter: mr. D. Brugman

Griffier: mr. C.A. Blankenstein

Partijen

De maatschap [naam 1] en [naam 2]te [vestigingsplaats] ), waarvoor aanwezig zijn [naam 1] , mr. P.G. Grijpstra, [naam 3] en [naam 4]
en
de staatssecretaris (voorheen de minister) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,vertegenwoordigd door mr. A.M.H. van de Wal, mr. E.M. Scheffer, drs. [naam 5] en drs. [naam 6]

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Overwegingen

1. Met deze uitspraak geeft de voorzieningenrechter een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.
2 De maatschap heeft een melkveehouderij. De staatssecretaris heeft naar aanleiding van een inspectie op 1 december 2025 met het besluit van 10 maart 2026 een last onder bestuursdwang opgelegd vanwege overtredingen van het Besluit houders van dieren (Bhd). Volgens de staatssecretaris zijn de ligboxen van de (grootste) koeien te klein en de voerhekken te laag. De maatschap heeft bezwaar gemaakt en hangende haar bezwaar de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3 De voorzieningenrechter is van oordeel dat de maatschap een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorziening. Anders dan de staatssecretaris betoogt, dreigt het besluit de maatschap niet enkel in haar financiële belangen te treffen. In het besluit staat immers dat de staatssecretaris koeien kan meevoeren indien bij een hercontrole zou blijken dat nog steeds sprake is van overtredingen. De gevolgen daarvan zijn in potentie onomkeerbaar en in ieder geval behoorlijk ingrijpend.
4 Het besluit is gebaseerd op een rapport van bevindingen van 25 januari 2026 en een veterinaire verklaring van 19 januari 2026. Uit dat rapport en die verklaring blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter duidelijk dat er sprake is van overtredingen van het Bhd. In deze stukken staat beschreven dat sommige koeien niet in de ligboxen passen. Hun achterkant hangt over de rand of de koeien liggen schuin in de boxen. Sommige koeien hebben verwondingen aan hun hakken en schaafplekken op hun rug. Dat is ook goed te zien op de bijgevoegde foto’s. Volgens de toezichthoudend dierenartsen is de oorzaak van de verwondingen de te krappe ligboxen en te lage voerhekken. De voorzieningenrechter kan die conclusie goed volgen.
5 De maatschap heeft vier rapporten ingebracht van eigen deskundigen en een aantal foto’s en filmpjes van de situatie in de stal in april en mei 2026. Die stukken geven de voorzieningenrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouders. De stukken van de maatschap gaan namelijk allemaal over de situatie van na de inspectie in december 2025 en weerleggen dus niet de bevindingen van de toezichthouders. De voorzieningenrechter ziet in die stukken ook geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusie van de toezichthoudend dierenartsen dat de verwondingen van de koeien te maken hebben met de (te kleine) huisvesting.
6 Mocht de situatie in de stal in de tussentijd inderdaad zijn verbeterd, dan valt dat alleen maar toe te juichen. Dat betekent alleen niet dat het besluit van 10 maart 2026 om een last onder bestuursdwang op te leggen vanwege de in december 2025 geconstateerde overtredingen niet klopt. De toezichthouders zullen bij de hercontrole moeten beoordelen of met de gestelde verbeteringen aan de last is voldaan en er dus geen sprake meer is van overtredingen, zoals waargenomen bij (onder meer) de controle op 1 december 2025. Namens de staatssecretaris is op de zitting toegelicht dat de hercontrole niet van te voren zal worden aangekondigd. Wel is men bereid te bezien of het mogelijk is dat de eigen dierenartsen van de maatschap bij die hercontrole aanwezig kunnen zijn.
7 De conclusie is dat de voorzieningenrechter verwacht dat de last onder bestuursdwang in bezwaar en eventueel daarna in beroep stand zal houden. Ook verder is niet gebleken van zwaarwegende belangen bij de maatschap die het treffen van een voorziening toch nodig maken. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. D. Brugman w.g. C.A. Blankenstein