ECLI:NL:CBB:2026:290
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang wegens overtreding huisvestingsnormen melkvee
De maatschap exploiteert een melkveehouderij en kreeg op 10 maart 2026 een last onder bestuursdwang opgelegd vanwege overtredingen van het Besluit houders van dieren (Bhd). Inspectie op 1 december 2025 toonde aan dat de ligboxen te klein waren en de voerhekken te laag, wat leidde tot verwondingen bij de koeien.
De maatschap maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang van de maatschap, mede vanwege de mogelijke onomkeerbare gevolgen van het besluit, zoals het meenemen van koeien bij hercontrole.
Uit het inspectierapport en de veterinaire verklaring bleek duidelijk de overtreding en de oorzaak van de verwondingen. De door de maatschap ingebrachte stukken over de situatie na de inspectie gaven geen aanleiding tot twijfel aan de overtredingen. De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit terecht was en verwachtte dat de last stand zal houden in bezwaar en beroep.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen.