Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juni 2026 op het hoger beroep van:
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
[naam 1] B.V., te [vestigingsplaats] ( [naam 1] )
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid)
Procesverloop in hoger beroep
Waar gaat deze zaak over
Uitspraak van de rechtbank
voor alle dieren(cursivering door de rechtbank) moet worden gehandhaafd. Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van het rapport van bevindingen niet zonder meer worden geconcludeerd dat eiseres deze norm heeft overtreden, nu niet met zekerheid is komen vast te staan dat er in het voorste compartiment waar sensor AN 1 een te hoge temperatuur heeft gemeten, biggen zijn vervoerd. Ten aanzien van het betoog van eiseres dat er geen biggen zijn vervoerd in het voorste compartiment van het voertuig heeft verweerder enkel opgemerkt dat hij bij de controle niet kan zien of alle lagen van een voertuig volledig zijn geladen. Een bevestiging voor het oordeel dat de temperatuurnorm van bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.1 van de Transportverordening moet worden gehandhaafd in die delen van het wegvervoermiddel waar zich dieren bevinden, kan ook worden gevonden in punt 3.4 van bijlage 1, hoofdstuk VI van de Transportverordening. Daarin is bepaald dat de wegvervoermiddelen moeten zijn voorzien van een alarmsysteem dat de bestuurder waarschuwt wanneer de temperatuur
in de compartimenten waarin zich dieren bevinden(cursivering door de rechtbank), de minimum- of de maximumgrens bereikt.”
Beoordeling van het hoger beroep
GPS- en temperatuurgegevens integraal deel uitmaken van het rapport van bevindingen en daarmee het bewijs vormen voor de overtreding. Naast sensor AN1 hebben ook sensoren AN2 en AN3 een te hoge temperatuur gemeten (35,4 °C en 35,5 °C respectievelijk 35,1 °C). Daarmee is het aannemelijk dat alle, of in ieder geval de meeste, dieren in de hogere temperaturen zijn vervoerd.