Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2026:196

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
25/580
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College van Beroep bevestigt afwijzing subsidie warmtepomp wegens eerdere aankoop

Op 9 mei 2024 heeft de appellant via het aanvraagsysteem van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland subsidie aangevraagd voor een warmtepomp. De minister heeft de subsidie vervolgens vastgesteld op € 0,- omdat uit het betaalbewijs bleek dat de warmtepomp al op 8 april 2024 was aangeschaft, vóór de indiening van de subsidieaanvraag.

De appellant stelde dat hij de subsidieaanvraag op 6 maart 2024 had ingediend en dat er toen een storing in het systeem was, waardoor de aanvraag niet door de minister was ontvangen. Dit is echter niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de appellant een zakelijke aanvrager is en de vergelijking met particuliere aanvragers niet opgaat.

Het College concludeert dat de minister de subsidie terecht op nihil heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie terecht op nihil vastgesteld wegens eerdere aanschaf van de warmtepomp.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/580
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026

Voorzitter: mr. M.J. Jacobs

Griffier: mr. H. Caglayankaya

Partijen

[naam] , te [woonplaats]

en

de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. [naam] heeft op 9 mei 2024 via het aanvraagsysteem van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland subsidie aangevraagd voor een warmtepomp, die ook is verleend. De minister heeft de subsidie vervolgens op € 0,- vastgesteld omdat de aanschaf van de warmtepomp had plaatsgevonden voordat de subsidie was aangevraagd.
2 Uit het bij de vaststellingsaanvraag gevoegde betaalbewijs blijkt dat [naam] de warmtepomp al op 8 april 2024, dus vóór de indiening van de subsidieaanvraag, heeft aangeschaft. Dat betekent dat niet is voldaan aan het vereiste dat nog geen aankoopverplichting mag zijn aangegaan vóór de indiening van de subsidieaanvraag (zie artikel 22, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies). [naam] heeft zijn stelling dat hij de subsidieaanvraag op 6 maart 2024 heeft ingediend en dat er op die datum een storing in het aanvraagsysteem is geweest waardoor deze niet door de minister is ontvangen, niet aannemelijk gemaakt. Het beroep van [naam] op het gelijkheidsbeginsel slaagt ook niet. De vergelijking die hij maakt met particuliere aanvragers gaat niet op omdat hij een zakelijke aanvrager is.
3 De minister heeft de subsidie dan ook terecht op € 0,- vastgesteld. Omdat het beroep ongegrond is hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.
w.g. M.J. Jacobs w.g. H. Caglayankaya