ECLI:NL:CBB:2026:172
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Bastein
- J.H. de Wildt
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij geschil over aansluittermijn elektriciteitsnet
De Stichting, een woningcoöperatie, diende een nettoets in bij netbeheerder Liander voor de bouw van twaalf woningen. Liander gaf aan dat het elektriciteitsnet verzwaard moest worden met een nieuw transformatorstation. Vier woningen werden op 19 juli 2023 aangesloten met een tijdelijke terugleverbeperking, de overige acht woningen werden in maart 2024 aangesloten.
De Stichting diende vervolgens een geschilbeslechtingsverzoek in bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM), die oordeelde dat de aansluittermijnen van 30 weken voor vier woningen en 66 weken voor acht woningen onredelijk waren en dat Liander in strijd met artikel 23, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998 had gehandeld.
De Stichting stelde beroep in tegen het geschilbesluit van de ACM, met name gericht op de vraag of de termijn van 18 weken uit artikel 23, vierde lid, nog van kracht is. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde echter dat de Stichting geen procesbelang heeft, omdat het resultaat van het beroep niet leidt tot een ander rechtsgevolg; de klacht blijft gegrond. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De ACM hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het College op 28 april 2026.
Uitkomst: Het beroep van de woningcoöperatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende procesbelang.