ECLI:NL:CBB:2026:108
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herberekening basis- en vergroeningsbetaling 2019 wegens perceelsgrens en verruiging afgewezen
De landbouwer had voor het jaar 2019 een uitbetaling van basis- en vergroeningsbetaling aangevraagd voor 19 percelen met een totale oppervlakte van 23,73 hectare. De minister herberekende deze betaling en stelde de oppervlakte vast op 23,33 hectare, wat leidde tot een terugvordering van €148,47. De landbouwer betwistte de vaststelling van de oppervlakte van perceel 2 en perceel 6, omdat hij meende dat de minister ten onrechte een talud en een strook grond had afgekeurd.
Het College oordeelde dat de minister terecht de perceelsgrens op de insteek van de sloot had gelegd bij perceel 2, waar een steil talud zichtbaar was. De vegetatie op het afgekeurde deel was afwijkend en niet overheersend in grassen en kruidachtige voedergewassen, waardoor het niet als subsidiabel landbouwareaal kon worden aangemerkt. Ook de beweiding door vee was onvoldoende om dit deel als landbouwgrond te kwalificeren.
Voor perceel 6 stelde het College vast dat de strook aan de westzijde voornamelijk uit zand bestond en dat de vegetatie minder dan 50% van het areaal innam. Ondanks beweiding door vee was deze strook niet subsidiabel. De beroepsgronden faalden en het beroep werd ongegrond verklaard. De minister hoefde geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep van de landbouwer tegen de herberekening van de basis- en vergroeningsbetaling 2019 wordt ongegrond verklaard.