De vennootschap diende zich op 5 juli 2023 aan voor GLB-steun 2023, na de uiterste aanmelddatum van 15 juni 2023, en maakte op 10 juli melding van overmacht. De minister wees de aanvraag af wegens te late indiening en verwierp het beroep op overmacht omdat de melding niet zo spoedig mogelijk was gedaan.
De vennootschap stelde dat de late aanmelding werd veroorzaakt door de omzetting van een stille maatschap naar een besloten vennootschap, waardoor het bedrijfsaccount op mijnrvo.nl geblokkeerd was en het elektronische formulier niet kon worden gebruikt. Op 23 juni 2023 nam zij telefonisch contact op met RVO, waarbij werd bevestigd dat de overmachtsmelding toen nog tijdig was geweest als het formulier toen was ingediend.
Het College oordeelde dat de minister de vennootschap een alternatief had moeten bieden om de overmacht te melden, aangezien de blokkade het gebruik van het elektronische formulier verhinderde. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,-.