ECLI:NL:CBB:2025:619
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep stelt subsidie vast op nihil wegens ontbreken stimulerend effect
De onderneming vroeg subsidie aan voor de aanschaf van twee warmtepompen, waarbij zij als verwachte aankoopdatum 16 november 2022 vermeldde. De minister verleende de subsidie, maar stelde deze later op nihil vast omdat bleek dat de aankoopverplichting al op 14 november 2022 was aangegaan, vóór de subsidieaanvraag. Hierdoor ontbrak het vereiste stimulerend effect, een voorwaarde op grond van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies en Europese staatssteunregels.
De onderneming voerde aan dat de aanbetaling op 14 november 2022 slechts een liquiditeitsmaatregel was en dat de feitelijke aankoop pas na subsidieverlening plaatsvond. Ook stelde zij dat het vertrouwensbeginsel was geschonden doordat een ambtenaar had aangegeven dat bij overlegging van een latere offerte de subsidie opnieuw zou worden beoordeeld. Het College oordeelde echter dat de aanbetaling een daadwerkelijke aankoopverplichting vormde en dat de verklaring van het installatiebedrijf onvoldoende was om dit te betwisten.
Verder vond het College dat de minister terecht bevoegd was de subsidie op nihil vast te stellen op grond van artikel 4:46, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen toezegging was gedaan dat de subsidie zou worden verstrekt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie blijft op nihil vastgesteld.