De vennootschap had subsidie aangevraagd voor de aanschaf van een warmtepomp voor haar eigen pand. De minister verleende aanvankelijk subsidie, maar stelde deze later vast op nihil omdat de investering was gedaan vóór de subsidieaanvraag, waardoor niet werd voldaan aan het vereiste van stimulerend effect.
De vennootschap voerde aan dat zij anders de Energie-investeringsaftrek had kunnen aanvragen en dat bijzondere omstandigheden rondom het verduurzamingsproces meewogen. De minister wijzigde de grondslag van het besluit, maar handhaafde de subsidievaststelling op nihil.
Het College oordeelt dat de minister terecht de subsidie op nihil heeft vastgesteld op grond van onjuiste gegevens en het ontbreken van het stimulerend effect, een dwingendrechtelijke Europese eis. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat dit niet kan leiden tot het negeren van dwingende Europese regels. Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege wijziging van de grondslag, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de vennootschap ontvangt geen subsidie. Wel wordt het betaalde griffierecht vergoed.