ECLI:NL:CBB:2024:289
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten COVID-19 wegens onderneming in moeilijkheden op groepsniveau
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van subsidieaanvragen op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste tot en met derde kwartaal van 2021. De minister wees de aanvragen af omdat de onderneming of de groep waartoe zij behoort op 31 december 2019 als onderneming in moeilijkheden (OIM) werd aangemerkt volgens artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV).
De kern van het geschil betrof de vraag of de leningen verstrekt door de aandeelhouder aan de groep als vreemd vermogen of als eigen vermogen moesten worden gekwalificeerd. De onderneming stelde dat deze leningen quasi eigen vermogen zijn en dat de groep daarom niet als OIM kan worden aangemerkt. De minister en het College volgden dit niet en wezen op het autonome en eenduidige karakter van de AGVV-definities, waarbij leningen niet onder eigen vermogen vallen.
Het College oordeelde dat het beroep op het nationale evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel niet kan leiden tot het buiten toepassing laten van de AGVV-bepalingen, omdat het Unierecht voorrang heeft. Ook het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel werd niet geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidie gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de TVL-subsidie wordt ongegrond verklaard omdat de groep als onderneming in moeilijkheden wordt aangemerkt volgens de AGVV.