Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Rechter: mr. B. Bastein
Partijen
[naam 2] B.V.,te [plaats 2] (de ondernemingen), waarvoor aanwezig is [naam 3] en de gemachtigde ir. A.H.J. van der Putten
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De ondernemingen hebben subsidieaanvragen ingediend op grond van de Regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK). Deze aanvragen zijn echter buiten de in de regeling gestelde aanvraagperiode ingediend, omdat de aanspraak op subsidie op grond van de TVL nog niet vaststond.
De minister heeft de aanvragen afgewezen wegens te late indiening. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft in eerdere vergelijkbare zaken geoordeeld dat dergelijke late aanvragen niet in behandeling hoeven te worden genomen. De ondernemingen hebben geen nieuwe omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven tot een ander oordeel.
Verder heeft het College overwogen dat er geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Daarom verklaart het College de beroepen ongegrond en bevestigt het de afwijzing van de subsidieaanvragen.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de subsidieaanvragen worden afgewezen wegens te late indiening.