ECLI:NL:CBB:2025:436
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt geen handhaving tegen onverdoofd doden van meervallen op ijs
Wakker Dier verzocht de minister handhavend op te treden tegen twee meervalkwekerijen die vissen onverdoofd doden door ze op ijs of in ijswater te leggen, wat volgens hen leidt tot onnodig lijden en een overtreding van artikel 3, eerste lid, van Verordening 1099/2009. De minister wees dit verzoek af, stellende dat er geen specifieke normen voor het doden van vissen zijn vastgesteld en dat lidstaten beleidsvrijheid hebben zolang er geen Europese regels zijn.
Het College overwoog dat Verordening 1099/2009 bewust alleen artikel 3, eerste lid, op vissen toepast en dat er nog geen specifieke Europese normen zijn vastgesteld. De Commissie heeft in 2018 een verslag uitgebracht waarin het doden op ijs of in ijswater als een reguliere methode wordt erkend, ondanks dat deze niet voldoet aan de OIE-normen. Nationale regelgeving ontbreekt eveneens, en handhaving zonder wettelijke basis zou in strijd zijn met het legaliteitsbeginsel.
Het College concludeert dat er geen sprake is van een overtreding en dat de minister terecht niet handhavend is opgetreden. Daarnaast kende het College Wakker Dier een schadevergoeding toe van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van Wakker Dier wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft niet handhavend op te treden tegen het onverdoofd doden van meervallen op ijs of in ijswater.