Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2025:417

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
23/46, 23/1112, 23/1113 en 23/1114
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens niet-naleving motiveringsvereisten subsidie TVL

De ondernemingen Pukkemuk B.V., Pukkemuk Personeel B.V., Pukkemuk Speeltoestellen B.V. en een natuurlijke persoon hebben beroep ingesteld tegen subsidies op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over diverse kwartalen in 2020, 2021 en 2022.

Het College heeft herhaaldelijk verzocht om een duidelijke omschrijving van de bestreden besluiten en een nadere motivering van de beroepsgronden. Ondanks meerdere schriftelijke verzoeken, aanvullende stukken en een regiezitting heeft het College geen voldoende duidelijkheid ontvangen over de besluiten en gronden.

De voormalige gemachtigde heeft het mandaat neergelegd, waarna ook geen opvolging meer kwam. Het College oordeelt dat de ondernemingen niet hebben voldaan aan artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die eisen dat het beroepschrift een duidelijke aanduiding van het besluit en de gronden bevat.

Omdat het College de ondernemingen ruimschoots gelegenheid heeft geboden om het verzuim te herstellen en zij daaraan geen gehoor hebben gegeven, verklaart het College de beroepen niet-ontvankelijk. De ondernemingen verwezen pro forma naar een overmachtsituatie vanwege ziekte van een financieel manager, maar zonder nadere onderbouwing.

Uitkomst: De beroepen van de ondernemingen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen aan de motiverings- en aanduidingsvereisten van artikel 6:5 Awb.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 23/46, 23/1112, 23/1113 en 23/1114

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

Rechter: mr. R.W.L. Koopmans

Griffier: B. van den Bergh

Partijen

Pukkemuk B.V., te Dongen,

Pukkemuk Personeel B.V., te Dongen,
Pukkemuk Speeltoestellen B.V., te Dongen,
[naam 1], te Dongen,
gezamenlijk aangeduid als de ondernemingen, voor wie zijn verschenen
[naam 2] , [naam 3] en [naam 4]
en

de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door C. Zieleman

Beslissing

Het College verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De ondernemingen hebben aanvragen gedaan voor verlening en vaststelling van een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor verschillende kwartalen van 2020, 2021 en 2022. Op 1 december 2022 ontving het College een beroepschrift van de toenmalige gemachtigde van de ondernemingen, [naam 5] , met de volgende tekst:
“Via deze weg maken wij proforma beroep tegen alle uitspraken van alle bovengenoemde B.V.’s daar er weldegelijk sprake is van een wezenlijke overmacht situatie. [naam 6] eigenaar en financieel manager is helaas getroffen door ALS. Ze kan op dit moment alleen nog maar communiceren via WhatsApp. Wij zullen dit nader motiveren.”
2 Op 9 januari 2023, 22 februari 2023 en 8 mei 2023 heeft het College de ondernemingen gevraagd om een omschrijving te geven van de besluiten waartegen de beroepen gericht zijn, en om de gronden van de beroepen aan te vullen. Op 24 maart 2023 en 8 juni 2023 ontving het College twee aanvullende stukken van de voormalig gemachtigde van de onderneming, waarin hij (opnieuw) aankondigde de overmachtsituatie nader te motiveren. Bij het stuk van 8 juni 2023 zaten drie primaire besluiten (waar geen rechtstreeks beroep tegen open staat).
3 Op 9 oktober 2024 ontving het College bericht van [naam 5] dat hij de ondernemingen niet langer vertegenwoordigde. Ook daarna heeft het College, ondanks herhaalde schriftelijke en telefonische verzoeken, en een behandeling op een regiezitting van 16 december 2024, geen duidelijkheid verkregen over de besluiten waartegen de beroepen zijn gericht, en de gronden van die beroepen.
4 Het College oordeelt dat de ondernemingen niet hebben voldaan aan artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb, kan het beroep in dat geval niet-ontvankelijk worden verklaard mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen. Het College heeft de ondernemingen ruimschoots de gelegenheid geboden om aan te duiden op welke besluiten de beroepen betrekking hebben en om de gronden van de beroepen aan te vullen. Omdat de ondernemingen daaraan geen gehoor hebben gegeven, verklaart het College de beroepen niet-ontvankelijk.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. B. van den Bergh