ECLI:NL:CBB:2025:410
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom en invordering wegens taxivervoer zonder vergunning op Amsterdamse opstapmarkt
Appellant bood op 14 april 2022 taxivervoer aan op de Amsterdamse opstapmarkt zonder geldige Taxxxivergunning, wat verboden is volgens artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening Amsterdam 2012. Het college van burgemeester en wethouders (college van b en w) legde daarop een last onder dwangsom op. Appellant betwistte de waarnemingen van de toezichthouder en stelde dat hij op dat moment een vooraf bestelde taxirit uitvoerde.
Op 3 maart 2023 constateerde een toezichthouder opnieuw dat appellant zonder vergunning taxivervoer aanbood, waarna het college van b en w een dwangsom invorderde. Appellant voerde aan dat hij op dat moment een klant aan het bellen was en overhandigde een screenshot van een WhatsApp-gesprek als bewijs.
Het College van Beroep oordeelde dat de waarnemingen van de toezichthouder betrouwbaar zijn en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op de illegale opstapplaats stond ter uitvoering van een vooraf bestelde rit. De tegenstrijdige verklaringen van appellant en het late overleggen van bewijs ondermijnden zijn betwisting. De beroepen tegen de last onder dwangsom en de invordering werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de last onder dwangsom en de invordering wegens taxivervoer zonder vergunning zijn ongegrond verklaard.